Ik krijg regelmatig de vraag of ik ergens in den lande een goede Tai Chi leraar ken. Dat komt natuurlijk omdat ik veel workshops geef door heel Nederland, en mensen dan enthousiast raken. Maar doorverwijzen is even lastig als zelf een leraar zoeken. Ik zal niet aarzelen om bijvoorbeeld iemand eens langs te sturen bij Gerbrand Martini in Deventer of Carlo Thuvis in Rotterdam, omdat ik die goed ken en weet dat zij beiden over uitstekende kwaliteiten beschikt. Niet alleen hebben ze veel kennis, ze bezitten ook prima didactische vaardigheden en – iets wat misschien ouderwets klinkt, maar mij enorm aanspreekt – ze weten wat nederigheid is.

Tegenwoordig krijg je op elke straathoek een diploma, en je hoeft maar ergens een weekend mee te lopen met een workshop of je krijgt al een certificaat dat je officieel docent bent. Ik zie overal Tai Chi leraren die zichzelf meester noemen, of zich zelfs als grootmeester adverteren. Een enkeling begrijpt er helemaal niets van en bestempeld zichzelf als Laoshi (oude leraar, een eretitel die een ander je geeft). Laoshi wordt wel vertaald als ‘professor’, en daar vloeit dan weer uit voort dat personen zichzelf ‘dokter’ zijn gaan noemen.
Wat moet je er mee, wat koop je er voor? Ik zeg wel eens: je vindt de leraar die bij jou past, de leraar die je op een bepaald stuk van je pad kennelijk nodig hebt. Persoonlijk zou ik wel letten op die ietwat ouderwetse kwaliteit: nederigheid. Want als een leraar zichzelf graag de hemel in prijst, hoe betrouwbaar is dan de overige kennis die hij deelt? Als een leraar zo weinig inzicht in zichzelf heeft, hoeveel kun je dan van hem leren? Wanneer een leraar zichzelf Sifu noemt, ach nou ja, wat zal ik er van zeggen? Dat kan.
Wanneer hij zichzelf Laoshi noemt wordt het wel kritisch. Dat is namelijk een leraar die niet zo veel van China begrijpt en dan mag je je afvragen of hij wel zoveel van Tai Chi en het leven begrijpt. Laoshi is een eretitel die een ander jou geeft. Iemand die zichzelf Laoshi noemt heeft de vreemde neiging om zichzelf na verloop van tijd bijvoorbeeld ook ‘dokter’ te noemen. En als je daar nog geen jeuk van krijgt, wat dan te denken van mensen die zichzelf als meester of zelfs als grootmeester adverteren? Oh ja, dit is ook nog een aardige: wereldkampioen.

Diploma’s en certificaten
Vaak wordt gezegd dat diploma’s en certificaten uitkomst bieden. Ik betwijfel het ernstig. Wanneer je een leraar zoekt zeggen diploma’s bitter weinig. Tegenwoordig is het grote mode om ergens een weekendje te workshoppen en vervolgens met een certificaat naar huis te gaan waarop staat dat je gediplomeerd bent om les te geven.
De beste optie is: ervaar een leraar. Een goede Tai Chi of Chi Kung leraar zal je de mogelijkheid bieden voor een gratis kennismakingsles. Kennismaking met Chinese
vechtkunst en gezondheidsleer. Maar vooral ook kennis met de leraar. En in een uur weet je een hoop. Luister naar je gevoel. Je gevoel is vaak betrouwbaarder dan menig diploma, en zeker betrouwbaarder dan allerlei holle kreten. Je kunt wel checken of de leraar op de lerarenlijst van de STN staat (Stichting Taijiquan Nederland) of bij de SKWN (Samenwerkingsverband Kungfu Wushu Nederland).
En, vraag naar zijn achtrgronden en zijn leraren. Iemand kan van zichzelf zelf wel lopen roepen dat hij ‘de grootste in Europa’ is, maar in mijn ogen is dat eerder een diskwalificatie dan een aanbeveling. Vraag dan liever hoe groot de school is. Voor zover je aarzelt om je eigen gevoel te vertrouwen is het misschien handig om te kijken waar anderen in een bepaalde regio hun vertrouwen aan geven.