De Acht oefeningen om chi op te slaan en sensitiviteit te ontwikkelen uit Yin Style Bagua zijn oefeningen die werden doorgegeven door dr. Xie Peiqi, die begin oktober 2003 op 83-jarige leeftijd overleed. Deze oefeningen zijn volgens hem speciaal voor therapeuten, die over veel chi moeten beschikken om de hele dag door mensen te kunnen behandelen. Het is een serie oefeningen die vrij zwaar is, maar ook uiterst effectief.
Bij dr. Xie had je wel eens het idee dat hij de oefeningen aldoor een klein beetje veranderde. Dat was in feite ook zo. Zo kon hij oefeningen aanpassen op weersomstandigheden, of op hoe hij zich die dag voelde. Wanneer je Qigong oefeningen doet, experimenteer dan rustig met kleine variaties. Of, zoals dr. Xie het stelde: ga op zoek naar het sterkste qi-gevoel.

Voorbereiding: momentopname
Je staat met je voeten schouderbreed uit elkaar, je knieën licht gebogen, rechte rug, handen op je Dantian. Maak even een momentopname, met andere woorden: wandel even met je bewustzijn door je hele lichaam, op zoek naar spanningen, pijn, blokkades. Neem alles waar, maar doe er verder niets mee. Gewoon objectief observeren. Tussen de oefeningen doe je dit steeds weer, omdat het van belang is dat je je bewust wordt van de veranderingen die de verschillende oefeningen teweeg brengen.

Begin: Wu Ji Shi (de ‘lege staat’ meditatie)
Begin met de ‘lege staat’ staande positie. Laat je armen naast je lichaam zakken. De toppen van je middelvingers rusten links en rechts op het Fengshi punt. Het hele lichaam moet ontspannen zijn, voeten schouderbreed uiteen, de tien tenen grijpen in de aarde, de knieën licht gebogen, recht rug. De punt van je tong ligt ontspannen tegen je gehemelte. Controleer alles nog even. Controleer ook of je ademhaling ontspannen is, en naar de buik gericht.

Oefening 1: Xù Chì – Storing Qi
Nadat je de ‘lege staat’ meditatie voor enige tijd hebt gedaan, breng je je armen naar voren en omhoog. Handen en ellebogen zijn op gelijke hoogte. Handpalmen wijzen naar elkaar. Bovenarm, elleboog, onderarm, pols, hand en vingers zouden allemaal licht rond moeten zijn, alsof je een bal ongeveer ter hoogte van je navel voor je vasthoudt.
Je beweegt je armen langzaam uit elkaar en weer naar elkaar toe en je gaat voelen, op zoek naar qi sensatie in de Laogung-punten en je vingertoppen. Neem waar hoe het gevoel toeneemt.
Op een gegeven moment is je qi-gevoel erg sterk. Beweeg je handen nog één keer heel rustig uit elkaar, en vervolgens weer heel langzaam naar elkaar toe. Voel hoe je de bal van qi steeds compacter maakt. De handen buigen af naar de buik en je legt ze over elkaar op je onderbuik, net boven je schaambeen.

Trek je perineum zacht iets omhoog, druk je ellebogen ontspannen in je zij en buig je hals wat. Adem ontspannen in door de neus, naar de buik. Dan zet je je adem vast. Druk je buik zacht wat vooruit en je handen wat naar achteren, zodat er lichte druk ontstaat. Hou de adem zo lang mogelijk, maar niet te lang, vast. Zorg dat je in ieder geval comfortabel en ontspannen kunt uitademen. Je blaast de lucht uit door de mond, waarbij je een onhoorbaar “Ah”-geluid maakt en volledig uitademt. Hierdoor bereik je een sensatie alsof je opzwelt, je wordt ook wat licht in je hoofd, en je Bai Hui punt wordt goed voelbaar.

In deze serie adviseer ik het aantal repetities aan te passen op je constitutie en niet naar een vast aantal te streven. Wanneer je alleen deze oefening doet, uit oogpunt van tijdgebrek, is het te adviseren om na afloop het hele lichaam te schudden (ongeveer twee minuten).
Het adempatroon dat hier wordt toegepast, wordt “Inademen naar het paleis van de aarde en uitademen naar het hemelse paleis” genoemd. Het paleis van de aarde is de buik, met andere woorden: de onderste Dantian is vol. Het hemelse paleis is het Bai Hui punt, waarmee wordt aangegeven dat de bovenste Dantian vol is.

Oefening 2: Kāi – Opening Exercise (oefening om te openen)
Nadat je een tijdje in de ontspannen houding hebt gestaan beweeg je je armen zijwaarts en omhoog, tot je handen zich op schouderhoogte bevinden. Dan druk je de voorkant van je lichaam rustig in elkaar.  Daardoor buig je wat voorover. Vervolgens ga je de voorkant van je lichaam openen. Hierdoor buig je wat achterover. Ga niet verder dan wat je lekker vindt. Kom weer overeind en open dan de voorkant van je lichaam weer. Ga op die manier drie keer naar de grens van wat je lekker vindt.
Denk eraan: de beweging is erg rustig en komt vanaf de voorkant van je lichaam. Dat voelt heel anders dan wanneer je bijvoorbeeld je rug hol trekt en je bovenlichaam vanuit de rug naar achteren buigt. In deze beweging worden de borst, de ribbenkast en de longen gerekt.
Je buigt dus drie keer rustig achterover. Dan kom je weer overeind en druk je de voorkant van je lichaam weer in elkaar. Vervolgens open je de voorkant van je lichaam weer drie keer zoals hierboven beschreven. In totaal doe je deze bewegingen ook weer drie keer. Met andere woorden: je buigt dus in totaal drie keer naar voren en drie maal drie keer naar achteren.

De allerlaatste keer buig je naar achteren en hou je die positie even vast, zo lang als je lekker vindt. Dan kom je weer overeind en je armen bewegen omhoog, tot elke arm uitgestrekt boven je schouder hangt. Je handpalmen wijzen naar elkaar. Laat je heupen zakken. Voel de qi door je armen omhoog bruisen, naar je handen. Houd deze positie enige tijd vol en geniet van het forse qi-gevoel.
Draai dan rustig je handpalmen naar voren en laat je handen rustig zakken. Leg ze op je Dantian. Na elke oefening keer je terug in deze positie en maak je even een momentopname; registreer spanning, pijn, blokkades, sensaties van warmte of kou, controleer hoe je geaard staat, enzovoorts. Vergelijk na elke oefening wat er is veranderd.

3. Hé – ­Closing Exercise (oefening om te sluiten)
Je staat een tijd in de ‘ontspannen houding’, met je handen op je Dantian, terwijl je een momentopname maakt. Dan laat je je armen naast je lichaam zakken. Je controleert even alle aspecten van je houding. Dan komen je handen naar voren en omhoog, alsof je een bal voor je buik vasthoudt. Je beweegt de handen langzaam uit elkaar en weer naar elkaar toe. Concentreer je op het qi-gevoel tussen je handen. Voel hoe je handpalmen en je vingers beginnen te tintelen, warm worden. Neem waar hoe dat gevoel toeneemt met de beweging.

Misschien voel je met name je Laogung-punt. Dat is prima. Experimenteer voor jezelf met de afstand tussen je handen en de snelheid waarmee je beweegt. Als je wat gevorderd bent: leg de klemtoon van je qi-gevoel op de handen die naar elkaar toe bewegen. Deze oefening lijkt op oefening 1, maar daar legt je de klemtoon op de handen die uit elkaar bewegen.

Als je een heftig qi-gevoel in je handen hebt bereikt breng je je handen nog eenmaal dicht bij elkaar. Voel de qi tussen je handen. Breng je handen langzaam uit elkaar, hou het qi-gevoel goed vast. Dan breng je de handen weer naar elkaar toe, heel rustig. Voel hoe de bal van qi steeds compacter wordt. Dan vallen je vingertoppen heel rustig tegen elkaar, te beginnen met de pink en zo omhoog werkend. De vingertoppen raken elkaar nauwelijks. Blijf zo een korte tijd staan.Voel die compacte bal van qi tussen je handen. Experimenteer met de afstand tussen je buik en je handen. Je zult al snel voelen wat de beste afstand is. Het gaat om de sterkste qi-sensatie.

Dan breng je in een rustige beweging alle vingertoppen bij elkaar. Met deze beweging zou je in je hele lichaam een gevoel van ‘sluiten’ moeten oproepen. De vingertoppen drukken slechts zacht tegen elkaar. Wacht tot je de chi weer voelt stromen.
Dan breng je de handpalmen bij elkaar. Ze drukken rustig tegen elkaar. Je ellebogen komen wat naar voren, je onderarmen zijn horizontaal. Zo sta je een tijdje. Deze houding wordt ‘Jong kind bidt tot Boeddha’ genoemd. Wanneer je een duidelijk qi-stroom voelt laat je de handen zakken en vouw ze over elkaar op je Dantian.

4. Shēng­ – The Rising Exercise (oefening om qi te doen rijzen)
Nadat je een tijdje in de ontspannen houding hebt gestaan laat je je handen vanaf je Dantian rustig naar beneden zakken. Dan beweeg je ze voor je lichaam weer omhoog, heel rustig. Je ellebogen komen mee omhoog (zijwaarts), tot je handen ter van de borst zijn. Dan buigen je handen af naar de keel, je ellebogen zakken. Handen draaien naar je nek, je draait de handpalmen omhoog en beweegt je handen verder omhoog. Visualiseer dat je twee appeltjes in de lucht duwt. Je ellebogen blijven licht gebogen. Je middelvingers zouden elkaar net moeten raken, recht boven je Bai Hui punt. Deze positie noemen we ‘draag de hemelen’. Blijf zo enige tijd staan, tot je een duidelijke qi-sensatie omhoog voelt. Dan draai je de handpalmen naar voren en laat ze rustig zakken. Leg je handen op je Dantian.

Voor gevorderden: denk er aan dat je – als je eenmaal een goede qi-stroom kunt waarnemen tijdens deze oefening – de qi niet klakkeloos omhoog laat stromen, maar dat je de stroom laat ankeren in het Yong Chuan punt, de borrelende bron.

5. Jiàng­- The Descending Exercise (oefening om qi te doen dalen)
Nadat je een tijdje in de ontspannen houding hebt gestaan laat je je handen vanaf je Dantian rustig omhoogkomen tot voor de borst, de handpalmen ontspannen tegen elkaar. Houd deze positie vast tot je een duidelijke qi-sensatie in de handen en armen waarneemt. Dan laat je de handen zakken en ze gaan in de boog zijwaarts en omhoog; de handpalm wijst naar boven. Op schouderhoogte draait de handpalm naar beneden.
Vanaf schouderhoogte gaan de handen steeds hoger tot ze boven je hoofd – boven je Bai Hui punt – bij elkaar komen. De handruggen rusten ontspannen tegen elkaar. Blijf even zo staan, tot je de qi-stroom waarneemt. Dan krullen de vingers naar voren en vervolgens naar beneden. Je laat je handen rustig zakken. Voel hoe de qi achter je handen aan door je lichaam naar beneden stroomt. Je handen gaan recht naar beneden, in de richting van de grond. Buig door. Je handen raken de grond net niet, maar buigen dan af, elk naar een voet. De vingers strijken langs de binnenkant van de voet, tenen, buitenkant van de voet. En vervolgens kom je weer rustig overeind, waarna je je handen weer op je Dantian legt.

Voor gevorderden: denk er aan dat je – als je eenmaal een goede qi-stroom kunt waarnemen tijdens deze oefening – de qi niet klakkeloos omlaag laat stromen, maar dat je de stroom laat ankeren in het Bai Hui punt, de ‘kroon’.

6. Săn – ­The Dispersing Exercise (oefening om qi te verdelen)
Je staat weer enige tijd in de ontspannen houding. Dan laat je je armen zakken naast je lichaam. Punten van de middelvinger rusten weer op het acupunt Galblaas 31. Je armen gaan ontspannen zijwaarts en omhoog. De armen gaan door tot je armen omhoog gericht zijn en elke hand zich boven de bijbehorende schouder bevindt. Blijf zo staan tot je de qi voelt stromen. Dan zakken de ellebogen omlaag, tot elke hand ontspannen min of meer op schouderhoogte hangt. De armen zijn niet volledig gestrekt, maar ontspannen gebogen. De handpalmen wijzen naar voren. In die positie zet je een zachte schudbeweging in gang. Je schudt “honderd botten”, zoals de Chinezen dat zeggen. Daarmee bedoelen ze: alle botten. Maar ook alle spieren, pezen, gewrichten. Alle organen. Loop tijdens het schudden met je aandacht door je lichaam en controleer of alles meeschudt. Zet het schudden voort tot er een duidelijk qi-gevoel is die de armen, handen, benen en voeten bereikt. Maar laat het schudden niet langer duren dan twee tot vier minuten. Als je meer ervaren bent kan het schudden langer duren.

Dan stop je de schudbeweging en breng je de handen weer naar je Dantian.

7. Rù – ­The Entering Exercise (oefening om qi te doen binnentreden)
We staan weer enige tijd met de handen op de Dantian. Dan laat je de handen naast je lichaam zakken. Vanuit die positie gaan je handen rustig zijwaarts en omhoog.  Wanneer je handen op schouderhoogte zijn, draai je je handen tot je handpalmen omhoog gericht zijn. Je handen gaan verder omhoog. Midden boven je hoofd, boven je Bai Hui punt, komen je handen bijeen en de handpalmen rusten ontspannen tegen elkaar. Blijf even zo staan, tot de je qi-stroom weer kunt waarnemen.
Dan laat je de handen rustig zakken, voor je gezicht langs, tot voor de borst. Wanneer je handen voorbij je Bai Hui Punt komen, visualiseer je de qi-stroom die je kroon binnentreedt en die je handen volgt tot in de borst. Wanneer je handen voor je borst hangen zijn je onderarmen horizontaal. Je staat in wat we de Boeddhistische gebedshouding noemen (zie ook oefening 3). Regelmatig komen zaken in deze serie oefeningen terug, maar er zitten dan altijd wezenlijke verschillen tussen de schijnbaar identieke bewegingen of houdingen. Bij oefening 2 wordt in deze houding de druk van de ene op de andere handpalm langzaam opgevoerd. Het is overigens puur visualisatie, en geen spierkracht. Bij oefening 7 daarentegen gaat het er om dat je juist visualiseert dat alles in je lichaam zich opent. Spieren, pezen, botten, alles opent zich om chi op te nemen. Stel je maar eens voor dat je een peulvrucht bent, die zich opent. Als die visualisatie goed voelt dan draaien je handen tot je vingers naar voren en enigszins omhoog gericht zijn. Dan beweeg je je handen van je weg, tot ze niet verder kunnen. Je vingers krullen naar binnen en bewegen zich in de richting van je mond. Feitelijk zijn ze gericht op een acupunt net onder je neus. Net voor je vingers je gezicht raken buigen ze af naar beneden. Je slikt speeksel door. Je handen bewegen rustig naar beneden. Voel hoe de qi als een meteorietenregen achter je handen aan beweegt, naar beneden. Bij je kruis splitsen je handen en volgen elk een been, langs de binnenkant. De handen strijken langs de benen tot net onder de knie. Daar draaien ze naar buiten en je komt weer rustig overeind. Leg je handen op je Dantian. Maak weer even zo’n momentopname. Wat is er veranderd door deze oefening?

8. Jù – ­The Gathering Exercise (oefening om qi te verzamelen)
Je handen liggen over elkaar op je Dantian. Van daaruit bewegen ze zijwaarts en worden het vuisten. Die vuisten bevinden zich in de beginpositie van deze oefening net onder je ribbenkast, de pink rust tegen je lichaam. Ellebogen wijzen naar achteren.
Vanuit deze positie start de oefening. Denk er – zeker bij deze oefening – aan dat de beweging vanuit de benen wordt aangestuurd. Dat betekent hier dat de heup eerst zakt en dan een draaiende beweging maakt. De linkerhand zakt en gaat open. Dan gaat de hele arm naar achteren. Beweeg je lichaam goed mee. De arm gaat omhoog, de hand gaat over je hoofd heen naar voren. De hand valt in een denkbeeldige berg met qi. Duw dan je voeten tegen de aarde. Je lichaam komt weer iets omhoog. Voel hoe je hand chi aanzuigt. Sluit de vingers dan ontspannen om de qi en trek de hand rustig terug naar je middel. Vervolg de oefening met je rechterhand. Doe de oefening daarna in ieder geval nog één keer links en rechts. Zesendertig keer is een complete set, als je de oefening zelfstandig doet.

Je kunt de oefening nog iets ingewikkelder maken door het bewegen van de rechterhand parallel te laten lopen met het terugtrekken van de linkerhand en vice versa.

Het sluiten van de oefening: Wú Jí Shì – ­The Empty State Meditation
Blijf nog een tijdje staan met de handen op de Dantian. Het hele lichaam moet hierbij ontspannen. Controleer de verschillende lichaamsaspecten (eigenlijk moet je die doorlopend in de gaten houden). De tenen moeten in de grond grijpen. De knieën licht gebogen. De punt van je tong ligt ontspannen tegen je gehemelte. Denk niet in termen van tijd, hou deze meditatie aan zolang het lekker voelt.
Als je deze hele serie doet ben je als het goed is al gauw een uur tot anderhalf uur bezig. In het begin zul je last van je benen krijgen. Maar je zult ook merken dat dit na enige tijd ophoudt, dat de benen als het ware gevoelloos worden.
Aan het eind van de oefening verplaats je je gewicht heel langzaam van links naar rechts, in een steeds iets verder uitslaande beweging. Tot je uiteindelijk met één van je voeten een stapje naar achteren kunt doen, dan met de andere voet. Nog een stapje, en nog een… Met elke stap achteruit keer je meer terug in het hier en nu.