Het is met Tai Chi net als met andere sporten of kunst: hoe meer je het doet, hoe meer je Gong opbouwt. Het is een Chinees woord, dat vertaald zou kunnen worden als ‘voordeel van werk’ of ‘vrucht van arbeid’. In het westen kennen we dat begrip niet zo goed. We zeggen wel ‘oefening baart kunst’. En we herkennen Gong als we het zien. Wanneer we iemand iets zien doen dat schijnbaar moeiteloos gaat. Simpel. Vol gratie.
Gong ziet er niet alleen goed uit, het doet ook goed. Als je Gong hebt, dan bewegen lichaam, geest en ziel regelmatig samen in harmonie. Hierdoor resoneert alles en ontwikkel je een diepere kracht. De resonantie zorgt voor een regelmatige ademhaling, een uitgebalanceerd humeur, een rustige geest en een vredig hart. Dit zijn allemaal op zich al nuttige effecten, maar samengevoegd activeren ze volgens de moderne wetenschap ook nog eens de zelfhelende werking van het lichaam en reduceren de gevolgen van stress.

Dagelijks oefenen
Hoe je die Gong krijgt? Dat is niet zo moeilijk. Nou ja, de praktijk leert dat veel mensen het wel moeilijk vinden. Gong krijg je door dagelijks oefenen. Ik beoefen Tai Chi al ruim twintig jaar, en elke dag is anders. Elke keer dat ik de vorm doe is het anders. Ik ben nooit dezelfde persoon. Lichamelijk, mentaal, emotioneel ben ik steeds weer anders. Mijn ademhaling is anders. Mijn denken is anders. Alleen de Tai Chi bewegingen zijn hetzelfde. Ik beweeg en herhaal, beweeg en herhaal.
Vrijwel elke dag leer ik wel weer iets nieuws over mezelf, over de wereld waarin ik leef, over Tai Chi of over de mensen die me omringen. Het motto zou moeten zijn: bewust oefenen, onbewust groeien.

Ik heb leerlingen die graag de vorm willen leren, maar vervolgens niet elke dag oefenen. Ze missen de Gong. Ze zullen nooit dat schijnbaar moeiteloze, gracieuze stadium bereiken. Ze zullen dit deel van de onbewuste groei niet meemaken, en dat is toch een beetje een gemiste kans.