Tien aanwijzingen

1. De energie op de top van het hoofd is helder en gevoelig
Energie naar de top van het hoofd betekent dat je je hoofd rechtop moet dragen, zodat de Shén (geest) de uiterste top kan bereiken. Er moet geen kracht worden gebruikt. Wanneer er kracht wordt gebruikt is de achterkant van de nek stijf en het bloed (Xuè) en de Qi kunnen niet goed circuleren. Er moet een gevoel zijn van heldere gevoeligheid en ongedwongenheid. Zonder deze heldere en gevoelige energie op de top van het hoofd kan de Shén niet stijgen.

2. Laat de borst zakken en hef de rug op
Het zakken van de borst betekent dat de borst iets naar binnen wordt gebracht, zodat de Qi naar de Dantian kan zakken. Voorkom expansie van de borst. Dit zorgt er namelijk voor dat
de Qi in de borst blijft en dat maakt topzwaar. Dit veroorzaakt een zwevend gevoel in de voetzolen. “Opheffen van de rug” betekent dat de chi aan de rug blijft plakken. Als je de borst laat zakken, zal de rug natuurlijk omhoog gaan. Als je de rug kan opheffen, zal de kracht uit de rug voortkomen en kun je iedere tegenstander verslaan.

3. Ontspan de taille
De taille is de heerser van het lichaam. Als de taille ontspannen is, hebben de voeten kracht en is je fundament stabiel. De overgangen van vol en leeg komen van de rotatie van de taille. Daarom wordt er gezegd dat de taille het belangrijkste gebied is. Als je een tekort aan kracht hebt moet je voor de oorzaak bij de taille zijn.

4. Maak onderscheid tussen vol en leeg
Het onderscheiden (herkennen) van vol en leeg is het eerste principe van Tai Chi Chuan. Als het lichaamsgewicht op het rechterbeen rust is het rechterbeen vol en het linkerbeen leeg. Als je lichaamsgewicht op het linkerbeen rust is je linkerbeen vol en je rechterbeen leeg. Pas na het herkennen van vol en leeg zullen je draaibewegingen licht, behendig en moeiteloos zijn. Wanneer je niet instaat bent dit onderscheid te maken zijn je passen zwaar en stijf. Je stand zal onstabiel zijn en je zult eenvoudig je balans verliezen.

5. Laat de schouders en ellebogen zakken
“Laat de schouders zakken” betekent dat ze ontspannen zijn en neerwaarts hangen. Wanneer de schouders niet ontspannen zijn en zijn opgetrokken stijgt de Qi en is het gehele lichaam zonder kracht. “Laat de ellebogen zakken” betekent dat de ellebogen ontspannen zijn en neerwaarts 

hangen. Als de ellebogen worden opgetrokken kunnen de schouders niet zakken.
Je zult dan niet in staat zijn om je tegenstanders ver weg te duwen. Je maakt de fout van het onderbreken van de energie zoals in externe systemen gebeurt.

6. Gebruik de geest(-eskracht) en niet kracht
Dit is beschreven in de Verhandeling van Tai Chi Chuan en betekent dat je uitsluitend op de geest vertrouwt en niet op (spier)kracht. Tijdens het beoefenen van Tai Chi Chuan is het ge-hele lichaam ontspannen. Als je zelfs de geringste onhandigheid kunt verwijderen zullen je bewegingen licht, behendig, rond en spontaan zijn in plaats van dat het blokkades veroorzaakt in de pezen, botten en bloedvaten en zodoende je vrijheid beperkt. Sommigen vragen zich af hoe je sterk kunt zijn zonder dat je (spier-)kracht gebruikt. De meridianen van het lichaam zijn als kanalen over de aarde. Wanneer de kanalen open zijn kan het water vrij stromen; wanneer de meridianen open zijn kan de chi vrij stromen.
Wanneer stijfheid de meridianen blokkeert zullen de Qi en het bloed (Xuè) worden belemmerd en je bewegingen zijn niet meer behendig. Wanneer er aan een haar wordt getrokken,
zal het gehele lichaam schudden. Echter, als je geen kracht maar de geest gebruikt zal de chi je geest volgen. Op deze manier als de chi vrij door het lichaam stroomt zul je na lang oefenen de ware interne kracht bereiken. Hiermee bedoeld Verhandeling van Tai Chi Chuan: “alleen van de hoogste zachtheid komt hardheid.” De armen van diegenen die Tai Chi Chuan machtig zijn geworden zijn als ijzer verborgen in katoen en zijn uitermate zwaar. Wanneer diegenen die een extern systeem beoefenen kracht gebruiken is dat duidelijk. Maar als ze kracht hebben en het niet gebruiken zijn ze licht en drijvend (staan niet stevig). Het is duidelijk dat hun kracht extern is, een oppervlakkige energie. De kracht van beoefenaren van externe systemen is eenvoudig te manipuleren en verdient niet veel lof.”

7. Samenwerking tussen boven- en onderlichaam
Hiermee bedoeld de Verhandeling van Tai Chi Chuan: “de wortel zit in de voeten, wordt voortgebracht door de benen, gecontroleerd door de taille en komt tot uitdrukking in de handen.” Van de voeten door de benen tot de taille moet er een voortdurende stroom van chi zijn. Wanneer de handen, taille en voeten bewegen, werkt de shén van de ogen eendrachtig samen. Dit is de “samenwerking tussen boven- en onderlichaam”. Als één deel niet is gesynchroniseerd, zal 

er verwarring zijn.

8. Samenwerking tussen intern en extern

Tai Chi Chuan oefent de geest. Daarom wordt gezegd: “de shén is de leider en het lichaam gehoorzaamt.” Als je de geest versterkt (verhoogt), zullen je bewegingen uiteraard licht en behendig zijn. De houdingen zijn niet meer dan vol en leeg, openen en sluiten. Wat we bedoelen met openen is niet alleen beperkt tot handen en voeten, maar ook de Shén opent. Zo ook met sluiten. We moeten ook begrijpen dan de Shén kan sluiten. Wanneer het innerlijke en uiterlijke zijn verenigd als één Qi, dan is er nergens een onderbreking.

9. Continuïteit zonder onderbreking
De kracht van externe beoefenaren is onwezenlijk en onhandig. Daarom zien we het beginnen, eindigen, verder gaan en onderbreken. De oude kracht is uitgeput voordat de nieuwe geboren is. Op dit niveau wordt iemand gemakkelijk verslagen door anderen. Bij Tai Chi Chuan gebruiken we de geest en niet de kracht. Van het begin tot het einde zijn er geen onderbrekingen. Alles is volkomen en ononderbroken, cirkelvormig en oneindig. Dit is wat de Klassieken beschrijven als “een grote rivier die stroomt zonder einde” of als “het bewegen van de energie als het opwinden van een zijden draad van een cocon”. Dit alles is een uiting van het begrip van een eenheid van één Qi.

10. Zoek rust in beweging
Beoefenaren van externe systemen beschouwen sprongen en ineenduiken als bekwaamheid. Zij putten hun Qi uit en zijn na het oefenen zeker buiten adem. Tai Chi Chuan gebruikt de rust om op een beweging te reageren. Zelfs als we bewegen zijn we in rust (onbeweeglijk). Daarom geldt tijdens het beoefenen van Tai Chi Chuan: hoe langzamer hoe beter. Wanneer iemand zijn/haar beweging vertraagt, wordt de ademhaling langzaam en diep, de Qi kan naar de Dantian dalen en je voorkomt de schadelijke effecten van een verhoogde hartslag