Pushing Hands (Tui Shou) is een partneroefening. Een zeer belangrijk en vaak onderschat onderdeel van Tai Chi. Want je kunt de vorm nog zo mooi lopen en nog zo sterk het idee hebben dat je geweldig in balans bent: je weet het pas wanneer er een externe kracht op je wordt uitgeoefend. Vandaar Pushing Hands… duwende handen… een zachte manier van ‘vechten’. Nou ja, je kunt het eigenlijk geen vechten noemen. Het is een soort duwen om de balans van de ander (en van jezelf) te testen en de technieken die je leert bij het lopen van de vorm eens op een partner uit te proberen. Uiterst leerzaam!
Gezien het belang van Pushing Hands ben ik van plan om in de komende periode speciale bijeenkomsten te organiseren, waar iedereen aan kan deelnemen. Hoe meer partners je hebt om mee te oefenen, hoe meer je leert.

Minimale kracht
Pushing Hands is een prachtige oefenvorm waarbij de principes van Tai Chi worden getest. Door dit ‘duwen met handen’ probeer je met minimale kracht en volkomen ontspannen de an-der uit evenwicht te brengen zonder zelf uit balans te raken. Je leert de aanraking steeds subtieler en sensitiever te maken en tegenstand te neutraliseren. Duwende handen noemen
we soms ook ‘joining hands’ (verbonden handen), ‘sticking hands’ (klevende handen).

Vanuit Bagua kennen we nog een variant die ‘rolling hands’ wordt genoemd. Waar het op neerkomt is dat je allerlei technieken en principes die je leert in Tai Chi Chuan (of een andere interne vechtkunst) gaat toepassen in een schijngevecht met een partner. Door diepe ontspanning leer je de energie van je partner aanvoelen. Zodoende kun je daar zuiver op reageren. Door duwende handen te beoefenen leer je harmonie ervaren.

Wat het ware verschil maakt, is de intentie. Je zult ontdekken dat de enige manier om te ‘winnen’ bestaat uit het afzien van elke vorm van competitie. Je moet terugkeren naar de fundamentele principes van balans en harmonie, ondersteund door gerichte chi. Eén van de klassieke verhalen gaat over een bekende meester. Hij liet vogels uit zijn handpalm eten.
Deze meester voelde telkens wanneer de vogel weg wou vliegen. Hij kon net voldoende meegeven waardoor de vogel zich niet kon afduwen tegen zijn handpalm. Hierdoor kon de
vogel niet wegvliegen.