De Acht Poorten

Acht Poorten

Dit verhaal is misschien wat erg theoretisch, maar het belicht wel een aantal belangrijke en interessante aspecten van Taijiquan. We hebben het geregeld over de Acht Poorten. Ik kreeg daar recent weer eens een vraag over. Het is altijd fijn wanneer mensen boeken lezen en dan met vragen komen.
De Acht Poorten. In het Chinees zegt men: Ba Men. Het bestaat uit het karakter Ba 八(8) en Men 門 (poort; je ziet als het ware de klapdeurtjes van een Amerikaanse saloon). Je kunt zeggen dat elke beweging in Taijiquan minimaal één van die poorten als dominante kracht heeft. Elk van die poorten heeft een zekere martiale energie. Ze vormen onderdeel van de Shi San Shi, de Dertien Technieken of de Dertien Methoden. Het zijn feitelijk de dertien basisvaardigheden van Taijiquan.

De Acht Poorten zijn: Peng (afweer), Lu (draai terug), Ji (drukken), An (duwen), Cai (polsruk), Lie (spreiden), Zhou (elleboog) en Kao (schouder). Voeg daar de vijf richtingen aan toe (voor- en achteruit, links en rechts en centraal evenwicht) en je hebt de Dertien Technieken. De Acht Poorten variëren in Yin Yang. Zhou (elleboog) bijvoorbeeld is erg Yang. Het is heel duidelijk en agressief. De poort van Lu (draai terug) is juist erg ongrijpbaar, oftewel Yin.
Dat ‘poorten’ is een soort nickname. Feitelijk gaat het hier om karakteristieken, of speciale bewegingspatronen met een bepaald doel.

Acht trigrammen
De Acht Poorten worden elk gesymboliseerd door een van de acht trigrammen uit de Yijing (het Boek der Verandering). Deze symbolen vormen eigenlijk het hart van de Daoïstische filosofie. Trigrammen bestaan uit drie lijnen, die al dan niet onderbroken zijn. Een niet onderbroken lijn is Yang, een onderbroken lijn is Yin.

De Acht Poorten worden ook wel genoemd: de Acht Jins.

Ik moet dus even iets uitleggen over het Chinese karakter Jin.

Jin 勁 wordt over het algemeen vertaald als ‘kracht’. Maar dat doet eigenlijk geen recht aan het Chinese karakter, of aan de context waarin we het gebruik in vechtkunst. Alle Chinese tekens zijn samengesteld uit zogenaamde radicalen. Elk van die radicalen dient een speciaal doel. Soms onderstrepen zij betekenis of oorsprong van een begrip, soms geven ze de klank aan, de uitspraak.

Kijkend naar het Chinese teken Jin zien we bepaalde concepten uit de vechtkunst. Het rechterdeel van het teken wordt gevormd door het teken Li 力, dat lichamelijke kracht weergeeft. Het is feitelijk een tekeningetje van een metalen ploeg, getrokken door een os. Aan de linkerkant zien we drie afzonderlijke delen. Onderop het karakter Gong 工 met daarboven twee andere karakters, waar ik zo meteen op terugkom.

Gong 工 wordt vertaald als werk, en kan worden gecombineerd met Li 力 om een begrip aan te duiden, net als bijvoorbeeld Gong Fu 功夫, een in het westen heel bekend begrip dankzij films, tv en muziek. Everybody was Gong Fu fighting… Het karakter Gong 工 is een tekening van een meetinstrument van een timmerman. Goed, we hebben dus twee karakters samengevoegd. Het een betekent fysieke kracht, oftewel ‘ossenkracht’, het ander een instrument waarmee die kracht kan worden gemeten. ‘Intelligente kracht’ is een andere manier om het zo ontstane begrip te vertalen.
Aan de linkerkant vinden we nog twee radicalen. Boven zie je het karakter voor het getal 1: Yi 一, en het tweede karakter is Chuan 巛, rivier. Deze twee delen, met daar aan toegevoegd Gong 工 doen het karakter Jing 巠. Jing kan het beste worden vertaald als ondergrondse rivier, iets dat onder de oppervlakte beweegt. Daarmee wordt in dit karakter iets heel wezenlijks aangegeven, iets heel complex. Jin gaat dus niet over fysieke kracht, en ook niet over iets dat alleen maar onder de oppervlakte blijft. Het gaat over een hele bijzondere kracht, die maat nemen vereist, vaardigheid, intelligentie, lichamelijkheid en vooral ook veel werk (training) om zich te kunnen manifesteren. Het ontleden van het karakter Jin 勁 leert je heel veel, vooral dat het een veel dieper onderwerp betreft dan je in eerste aanzet zou denken wanneer je het hebt over de Acht Poorten of de Acht Jins van Taijiquan.

Misschien zeg je: “Poe, dit gaat allemaal wel heel erg diep.” Ja, je hebt gelijk. Dat maakt het niet minder relevant. En in de lessen is er over het algemeen de tijd niet voor om zo diep te gaan als in dit artikel. Maar dan weet je waar aan gewerkt wordt. En dan snap je een beetje waar het over gaat wanneer ik het in de les heb over Cai, Lie of Peng. Je snapt nu ook dat er enorm veel verwarring is over de Acht Poorten – en over vele andere onderwerpen – in het westen. Vreemd genoeg zie ik tegenwoordig veel dat vooral de leraren die oppervlakkig blijven zeer succesvol zijn. Persoonlijk vind ik dit jammer. Ik ben juist altijd hongerig geweest naar kennis, op zoek leraren die echt vragen konden beantwoorden, die diepe en oude kennis hadden verzameld en die ook wilden doorgeven aan hongerige leerlingen zoals ik.

Peng, Lu, Ji, An
Peng, Lu, Ji en An wordt beschouwd als de belangrijkste Jins in Taijiquan. Wanneer je een afbeelding van de Bagua bekijkt – dat is een Yin Yang teken met daar om heen acht trilrammen – dan zijn Peng, Lu, Ji en An de vier belangrijkste windrichtingen: noord, zuid, oost en west. Dit is je eerstelijns verdediging wanneer je wordt aangevallen, in het vocabulaire van de vechtkunst. En zeg nou niet: ik wordt nooit aangevallen, he bah: vechten… Ook jij moet regelmatig knokken. Inderdaad hopelijk niet fysiek. Maar we knokken allemaal regelmatig mentaal of worden emotioneel in onbalans gebracht. Alles wat ik hier beschrijf geldt zeker ook in dat soort strijd.
Peng, Lu, Ji en An zijn de belangrijkste vaardigheden van Taijiquan. Maar zie ze niet als technieken. Deze Jins zijn de principes, het fundament, van alle technieken van de vechtkunst. Ze zijn als de benzine die de motor van elke techniek doet lopen.

Peng (掤)
De eerste poort is het meest Yang. Drie ononderbroken lijnen. Dat betekent dat de aard van de beweging expansief is. De beweging neemt ruimte in en obstakels worden afgeweerd. De poort heet in het Chinees Peng, afweer. In zeker zin is Peng aanwezig in zes van de andere poorten. Wanneer Peng wordt toegepast in een stoot of een trap, dan dringt dat diep door in de tegenstander.
Peng wordt in de Taijiquan-wereld over het algemeen vertaald als ‘afweer’. Die naam leidt nou niet bepaald direct tot een beter begrip van de beweging. Peng zou je wellicht beter kunnen vertalen als een expansie van de structuur in alle richtingen. Je lichaamsstructuur is ook hierbij van het grootste belang. Dit betekent expanderen in alle richtingen vanuit je kern, vanuit je Dantian. Je lichaam expandeert, elk gewricht expandeert, om je hoogste potentieel te realiseren.

Lu (履)
Helemaal het tegenovergestelde is Lu (draai terug). Deze poort wordt weergegeven als drie onderbroken lijnen, driemaal Yin dus. Dat betekent dat het een samentrekkende beweging is, ontwijkend. Het creëert een vacuum, een afwezigheid. Het kan een tegenstander naar binnen trekken of zich aan de energie van die tegenstander onttrekken. Dit sluit nauw aan bij een uitspraak van Bruce Lee: “De beste manier om met een aanval om te gaan is er niet zijn.”

Lu wordt gewoonlijk vertaald als ‘draai terug’. Ook hier ontstaat door de vertaling veel ruimte voor misinterpretatie. Vaak genoeg zie ik Taiji-ers de beweging maken als een soort van terugtrekken, waarbij een Jin – een kracht – geheel ontbreekt. Lu is niet het weglopen van een kracht door je gewicht naar je achterste been te brengen. Een betere vertaling, eentje die de aard van de beweging meer tot haar recht laat komen, zou zijn: het leiden van de leegte, het oplossen, zoals rook, of het verdwijnen. In Taijiquan is een gevleugelde uitspraak: 4 ons die 1000 pond kan overwinnen. Dat is typerend voor Lu. Met zo min mogelijk inspanning, zo min mogelijk energie, de kracht van de tegenstander wegleiden zodat hij je geen schade kan berokkenen. De vuist van de tegenstander aait je baard, is een oud Chinees gezegde in dit verband. Helaas wordt de beweging vaak gezien als het wegleiden van de kracht van je tegenstander door een zijwaartse kracht uit te oefenen. Maar het is veel meer het leiden van die kracht naar leegte, naar het niets. Zodat hun kracht onverminderd blijft doorgaan, niet wordt afgeremd, tot het te laat is en je tegenstander in onbalans is gebracht.

Ji (擠)
Ji (drukken) wordt gesymboliseerd door een Yang lijn tussen twee Yin lijnen. Deze beweging is het meest effectief wanneer je dicht op je tegenstander staat. Met behulp van deze beweging creëer je ruimte. Het is ook zeer effectief als pols- of elleboogbevrijding. Het is een subtiele beweging, zoals de twee Yin lijnen aangeven, maar het heeft een verborgen expansieve kracht.
Drukken is de gebruikelijke vertaling van Ji. Een van je handen drukt tegen de pols van de andere hand. Wanneer je het Chinese karakter letterlijk vertaald is het zoiets als het knijpen van sap uit een sinaasappel. De achterliggende gedachte is dat je Ji Jin ruimte knijpt rondom jouw lichaam of dat van je tegenstander.
In Yang-stijl Taijiquan wordt Ji vaak uitgelegd als een ballon tussen je armen, borstkas en handen. De handen hangen eerst vlak voor de borst, ellebogen niet opgetild maar zeker ook niet te laag. Want de kracht komt uit je ellebogen. Je duwt de ellebogen naar elkaar toe. In Yang-stijl raken de handen elkaar ook, maar dat is zeker geen vereiste. Essentieel en karakteristiek voor Ji is dat de kracht uit de ellebogen komt. Je zou een beweging kunnen maken die er oppervlakkig beschouwd uitziet als duwen (An). Het grote verschil tussen Ji en An is dat de kracht – de Jin – bij An vanuit je voeten naar je centrum gaat, bij Ji is de volgorde voeten, centrum, ellebogen.
Ji is dus een soort knijpende beweging, die de structuur van je tegenstander doorbreekt wanneer hij te dichtbij komt.

An (按)
An (duwen) heeft als symbool een Yin lijn tussen twee Yang lijnen. Yin is verborgen in de kern, en wordt op het juiste moment uitgevoerd. Duwen levert je meer ruimte op dan drukken, en zal vaak genoeg je tegenstander meer in onbalans brengen omdat het ook ontworteld. Het daagt de tegenstander uit, omdat Peng energie wordt gebruikt, zodat de tegenstander meer weerstand zal opbouwen, en maakt de beweging dan af door even geheel Yin te zijn en dan onmiddellijk expansief te worden. Energetisch leert deze beweging je veel over timing en over het positioneren van jezelf in een correct antwoord op de energie van je tegenstander. Het toont ook het enorme effect van zacht worden, meegaan in de beweging van de ander, op een moment van veel spanning, zodat je de negatieve energie kunt neutraliseren en de situatie in je voordeel kunt ombuigen.
Over het Chinese karakter An bestaan veel misverstanden ten aanzien van de kracht, voortvloeiend uit foute vertaling. In Yang-stijl wordt het vaak vertaald als duwen. Maar iets wegduwen van je lichaam zou een Chinees omschrijven als Tui (推), niet als An. Het probleem is dat in de context van vechtkunst Chinese karakters soms een andere uitleg krijgen dan in het reguliere taalgebruik.

An Jin is het soort kracht dat wordt uitgeoefend terwijl je de harmonie zoekt met de kracht van je tegenstander, en tegelijkertijd het lichaam van je tegenstander vult met jouw eigen ontspannen kracht. Het is verbazend om te zien dat het meestal wordt vertaald als een neerwaartse kracht. Het probleem van neerwaarts duwen is dat je je tegenstander in zijn kracht duwt. De ware aard van An Jin wordt duidelijker wanneer je je realiseert dat je je verbindt met je tegenstander, dat je diens kracht wegleidt (en dát is meestal naar beneden) om hem vervolgens te ontwortelen. In het Engels (sommige dingen zijn amper in goed Nederland te vertalen) wordt An wel omschreven als “load and release”, of als “receive, deflect, add and release”.
Harmoniseren met de kracht van je tegenstander is een van de geheimen van Taijiquan (zie het artikel over de Vier Geheime Woorden). Dit kan soms zeker betekenen dat een duw neerwaarts is, niets is in steen gebeiteld. Een neerwaartse duw kan je tegenstander er toe verleiden om opwaartse kracht te genereren, waardoor je hem makkelijker kunt ontwortelen.

Niets is in steen gebeiteld. Misschien is dat wel het geheim. Wij westerlingen willen een overzichtelijk curriculum, wij willen één waarheid. Wij verlangen naar in steen gebeitelde kennis. Voor de Chinezen kunnen verschillende waarheden naast elkaar bestaan. Dat maakt dat westerlingen de oosterse cultuur – en ook de vechtkunst en geneeskunde – vaak zo slecht begrijpen.

Cai, Lie, Zhou en Kao
De vier volgende Jins – krachten – in Taijiquan zijn Cai, Lie, Zhou en Kao . Die worden op de Bagua geplaatst in het noordwesten, het noordoosten, het zuidwesten en het zuidoosten. Deze Jins worden gezien als secundaire wapens, als tweedelijns verdediging waar de eerste faalt.

Cai (採)
Cai wordt gesymboliseerd door een onderste Yin-lijn met daarboven twee Yang-lijnen. De gevechtstoepassing is tweeërlei: het afbuigen van de kracht van je tegenstander naar beneden óf naar je zij. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het element van snelheid en verrassing.
Cai wordt vertaald als naar beneden trekken, of om preciezer te zijn: plukken. Het plukken, zoals van fruit. Als je een appel of kersen plukt dan doe je dat niet gelijkmatig en langzaam, dan zou je de tak of de stam beschadigen, en ook het fruit, maar je geeft een venijnige korte ruk. Dat is precies wat Cai is. Een korte, explosieve rukbeweging.
Bij het uitvoeren van Cai Jin verbind je je via de arm met de wervelkolom van je tegenstander en de korte ruk brengt hem niet alleen onbalans, maar kan zijn hele structuur ontwrichten en hem aldus kwetsbaar maken voor andere technieken. Het is een agressieve beweging, waarbij je elke aarzeling moet vermijden. De rukbeweging is zelden recht naar beneden, vaak onder een hoek. Het meest effectief wanneer je de richting van een leegte in je tegenstanders structuur kiest. Hoe vind je die leegte? Een methode kan zijn door een denkbeeldige lijn te zien tussen de hielen van je tegenstander. Onder een hoek van 90 graden naar elke kant van die lijn vind je de twee belangrijkste zwakke plekken van je tegenstander en dus de twee plekken die het meest effectief zijn voor Cai.

Lie (列)
Lie is vaak complementair aan Cai. Symbool van de beweging is een ononderbroken Yang lijn met daarboven twee Yin lijnen. De Yin-lijnen kunnen het expansieve karakter van Yang niet tegenhouden, en en Yang-energie barst omhoog en naar buiten. Vaak wordt deze energie gebruikt om je tegenstander van je af te zwaaien, of hem over je been of voet te laten struikelen. De tegenstander wordt opgetild door hefboomwerking en draaipunten, om vervolgens zijn gewicht over te geven aan de zwaartekracht. Mentaal leert het ons dat we slechte omstandigheden kunnen ombuigen naar goede, door het toepassen van een goede hefboom. Het herinnert ons aan het aloude spreekwoord: wie kaatst kan de bal verwachten. Wees puur en positief in je energie en in je lichaamsstructuur.
Het karakter 列 (Lie) duidt iets aan als splitsen of scheuren. Stel je voor dat je een stuk stof scheurt. Je handen bewegen in tegengestelde richtingen. Dit type beweging vind je veel in Taijiquan. De twee ledematen die tegengesteld bewegen ontlenen belangrijke kracht aan elkaar. Je zou kunnen zeggen: elke actie leidt tot reactie, en dan binnen je eigen lichaam.
Als je bijvoorbeeld kijkt naar de beweging die heet “Weer de aap af”, dan zie je een stap naar achteren, waarbij een hand naar achteren gaat en de andere naar voren. Correcte lichaamsmechanica – met name goed gebruik van je Kua en je centrum – zorgt voor Lie Jin. Elke arm ontleent kracht aan de andere, door gelijkmatig uit elkaar te bewegen, verbonden en gestuurd vanuit je centrum. Ook bij bijvoorbeeld een stoot speelt Lie Jin een belangrijke rol.

Zhou (肘)
Het gebruik van de elleboog – een secundair wapen – wordt wel beschouwd als de meest destructieve van de Acht Poorten. Het goed toepassen van Zhou maakt je krachtig, wanneer je tegenstander je comfortzone binnendringt en extra dicht bij je komt. De elleboogpoort wordt weergegeven als twee Yang-lijnen onder en een Yin-lijn daarboven. De Yin-lijn laat zien dat je je arm korter kunt maken door hem te buigen bij de elleboog, en dat je dan veel martiale kracht kunt inbrengen. De Yin-lijn boven leert ons dat het soms goed is om informatie verborgen te houden, omdat de tegenstander de beweging makkelijk kan dwarsbomen wanneer hij het door heeft.
Het gebruik van de elleboog als wapen is heel erg makkelijk en bovendien heel erg effectief. In Taijiquan bestaat dan ook een gezegde: “Zelfs de meesters vrezen de ellebogen van de jeugd.”

Kao (靠)
De laatste van de Acht Poorten is Kao. Kao is energetisch verbonden met Zhou, maar dan precies omgekeerd: twee Yin-lijnen onder met een Yang-lijn daarboven. Deze schouderduw, zoals het vaak wordt vertaald, is alleen te gebruiken wanneer de tegenstander heel dichtbij is, dat is logisch. Het gaat overigens niet uitsluitend om een schouderduw, maar het kan feitelijk met elk deel van je lichaam, vooral ook met de heup. De schouder is wel het meest makkelijk te trainen.
De beweging is direct, kort en fel. De twee Yin-lijnen onder laten zien dat je je tegenstander ‘binnen’ kunt laten, in je comfortzone. De Yang-lijn boven toont dat je dan nog steeds zeer expansieve Peng-energie kunt toepassen. Mentaal laat Kao je zien dat hoe dichtbij een dreiging ook is, je kunt jezelf altijd nog bevrijden, zelfs als je per ongeluk het dichtbij komen van de dreiging zelf mede hebt veroorzaakt.
Kao is een krachtig reddingsmiddel wanneer een tegenstander door je eerste vier Jins heen is gekomen.

Zelfs wanneer je geen belangstelling hebt voor vechtkunst, kunnen de Acht Poorten iets voor je betekenen. Ze leren je namelijk ook dingen op mentaal en spiritueel vlak. Ze zullen je intuïtie verbeteren en bijdragen aan je levenswijsheid.

Taijiquan is een solo-oefening. Maar de Acht Poorten kun je solo niet leren. Daarvoor is een partneroefening ontwikkeld die Duwende Handen heet, Tui Shou. En in die partneroefening speelt Ting (聽) een belangrijke rol. Het wordt vertaald als “luisteren”. Voelen. Waarnemen welke Jin je partner inzet, om van daaruit de harmonie met die kracht van je partner te zoeken en te zoeken naar de juiste Jin om te antwoorden. Ting Jin 聽勁. Luister naar de energie, naar de kracht. Het trainen van je sensitiviteit. Het trainen van je lichaam, zodat oplossing van bepaalde aanvallen niet meer gaandeweg moeten worden bedacht, maar als akkoorden op een muziekinstrument al besloten liggen in je lichaam.
Door goed te luisteren kun je bewegingen steeds eerder aan voelen komen, waardoor jouw lichaam steeds meer tijd heeft om te reageren.

Met andere woorden: solotraining van Taijiquan brengt je niet dichter bij de Acht Poorten. Daarvoor is een externe kracht nodig, en dus partneroefeningen.

Er is ook een set van Duwende Handen oefeningen die Da Lu heet, de vier hoeken. Die zijn speciaal bedoeld om met een partner de secundaire Jins te ontdekken: Cai, Lie, Zhou en Kao.

Nog even een opmerking over de hiërarchie bij een traditionele Chinese leraar, zoals ik die van dichtbij heb mee mogen maken. In die rangorde is sprake van discipelen. Dat klinkt bijna bijbels. In feite ging het hier om een groep leerlingen die het privilege hadden dat ze de meester mochten aanraken, en door die aanraking konden ze de Jins rechtstreeks aan de bron ervaren en er van leren.

De Vijf Stappen
Bij de Acht Poorten horen ook de Vijf Stappen. Samen vormen zij de basis van Taijiquan, de Shisanshi (Dertien Houdingen). Het meest simpel kun je deze vertalen als stap naar voren, trek je terug naar achteren, kijk naar links, staar naar rechts en equilibrium. Het verschil tussen kijken en staren springt hier in het oog. Kijken is roofzuchtig, met focus direct op de tegenstander, met intentie naar hem toe bewegend en hem zorgvuldig bestuderend. Staren is de blik van de prooi, die de horizon afspeurt naar roofdieren. Een zachte blik. Terwijl ik deze woorden teruglees realiseer ik dat ze in ons vocabulaire helemaal op de ogen gericht zijn. Beschouw de termen als algemeen geldig voor je gehele lichaam, ze zijn ook een aanduiding voor de soort alertheid in je lijf. Of, zoals een uitspraak in Taijiquan luidt: “Zonder het trainen van de ogen is de intelligentie van het lichaam waardeloos..”
Equilibrium heeft te maken met het vinden en het bewaren van de verticale as in je lichaam, een essentieel onderdeel in je lichaamsstructuur. Dit heeft dus veel te maken met je wervelkolom, maar ook bijvoorbeeld met je gebruik van Kua en je centrum. Je centrale as kan ongestraft draaien en daardoor krachten opvangen en tegelijkertijd krachten genereren.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin