Adem, kern van ons bestaan


Ademen is de kern van je gezondheid. De wijze waarop
 je ademt vertelt veel over de manier waarop je leeft. De beweging en het ritme van je ademhaling reflecteert je diepste mentale en emotionele houding tegenover jezelf en anderen. Door deze ademhaling in het alledaagse bestaan te observeren, te voelen, verkrijg je nieuwe inzichten over je leven en een nieuw begrip van de betekenis van transformatie en heel zijn.

Als je je ademhaling heel bewust observeert, kun je bijvoorbeeld concluderen dat de lengte van de inademing, en het gemak waarmee dat gebeurt, inzicht geeft in de mate waarin je op dat moment bereid bent (en het vermogen hebt) om het leven te omarmen. De diepte en het souplesse van de uitademing staan voor de mate waarin je bereid bent om bekend terrein te verlaten en je open te stellen voor het nieuwe. Om iets anders te vertrouwen dan je vertrouwde gewoonten en je zelfbeeld.
Op momenten van angst en andere sterke negatieve emoties beperk je de stroom en de duur van je ademhaling, doordat bepaalde delen van je lichaam verstarren. Die lichaamsdelen trekken samen om de hoeveelheid energie te reduceren, die beschikbaar is voor je voelen. Positieve emoties maken dat de stroom en de duur van je ademhaling toeneemt. Je kunt daardoor meer energie opnemen en dus ook meer voelen.

Voelen
In Chi Kung zijn we altijd bezig met voelen. Waarnemen in je lichaam. Of, zoals ik het vaak genoeg omschrijf, heel objectief met een notitieblokje en potloodje door je lichaam wandelen, en noteren wat je waarneemt. Eén van de dingen die je dan kunt waarnemen is je ademhaling. Door diepe waarneming, bijvoorbeeld tijdens meditaties, leer je niet alleen alle subtiele, constante veranderingen in je lichaam observeren, maar je begint ook te begrijpen hoe je geest, emoties en adem elkaar beïnvloeden.
Door te luisteren naar je lichaam, en in het bijzonder naar je ademhaling, word je je  bewust van de verbindingen tussen onderdelen van jezelf die normaal gesproken aan je aandacht ontsnappen. Je leert voelen hoe je ademhaling verandert in relatie tot veranderende omstandigheden. In die veranderende omstandigheden neem je ook andere zaken waar: houdingen, spanningen en emoties. Dan begin je te leren over de intieme relatie tussen ademen en je algehele gevoel over jezelf, je zelfbeeld.

Ingeperkte ademhaling
Door naar binnen toe te voelen, objectief waar te nemen, zonder waarde-oordelen te vellen over hetgeen je waarneemt, zul je uit eerste hand ervaren dat je  adem over het algemeen erg ingeperkt is. Datzelfde geldt overigens vaak ook voor je zelfbeeld. De strakke, restrictieve structuur van onnodige lichaamsspanning snijdt je af van natuurlijke, spontane ademhaling die je gehele lichaam gebruikt. Het loopt parallel aan de strakke, restrictieve structuur van je zelfbeeld, dat je afhoudt van nieuwe, meer reële perceptie van jezelf en van anderen.
Volwassenen zijn over het algemeen oppervlakkig ademhalers. Ze ademen met de bovenkant van de borst. Maar ooit ademden ze anders. Als baby en jong kind adem je met je hele lichaam, ontspannen en natuurlijk. Ademen met gebruikmaking van de ademruimtes van buik, rug, ruggegraat en solar plexus. Ergens onderweg heb je slecht ‘ademgedrag’ aangeleerd.
Van kind naar volwassene gaan de meeste mensen van ademhalen met het hele lichaam naar ademhaling met het bovenste deel van de borst. Tegelijkertijd gaan we van de veelzijdige sensitiviteit die hoort bij de in de buik gecentreerde levensenergie naar een op ego gebaseerde ervaring in het bovenste deel van de borst.

Ontsluiten van pure energie
Je wilt de kracht van ‘ademen met het hele lichaam’ herontdekken en op die manier pure energie ontsluiten. Daarvoor moet je leren hoe je jezelf van binnenuit kunt ‘aftasten’, voelen. Dat kan alleen maar als je onnodige spanningen loslaat. Dat geldt zeker voor onnodige spanningen die geassocieerd zijn aan een verstoord zelfbeeld. Deze spanningen zijn nauw gerelateerd aan je vastgeroeste gedragspatronen van denken, voelen, bewegen, enzovoorts; patronen die vaak erg veel energie vreten, je gezondheid en je welzijn ondermijnen. Bovendien snijden ze je af van je echte centrum. Door een diepere waarneming van je ademhaling en geleidelijk terugkeren naar het ademen met het hele lichaam kun je in contact komen met de energie die opgesloten zit in de bovengenoemde patronen. Je kunt die energie aanboren, vrij maken, om te dienen bij de groei van je zijn.
Ons onvermogen om geheel uit te ademen
Eén van de grootste obstakels voor het bewust waarnemen van je ademhaling – en dus voor de terugkeer naar een natuurlijke ademhaling – is je onvermogen om volledig uit te ademen. Dat is geen verrassing. Uitademen heeft met loslaten te maken. Je kunt vaak moeilijk loslaten, moeilijk ontspannen, en dus ook moeilijk goed (volledig) uitademen. Inademen heeft te maken met ontvangen, met innemen. Uitademen heeft te maken met geven, met leeg maken. Het zal duidelijk zijn: zonder volledige uitademing is er ook geen volledige inademing.
Het is van belang om te ontdekken wat een volledige uitademing in de weg staat. Vaak is het zo dat datgene wat je in de weg staat niet langer nodig is in je leven. Je onvermogen om op natuurlijke wijze uit te ademen, om de afgewerkte lucht uit de longen te verwijderen, is analoog aan je onwil of je onvermogen om oude gewoontes te laten varen, evenals oude concepten, ideeën, oud geloof, dingen die eigenlijk al een tijd niet meer tot je werkelijkheid behoren, maar nog wel in je zitten.

Harmonie
Ik zei het al: als je niet volledig kunt uitademen in de normale omstandigheden van je leven, kun je ook niet volledig inademen. Volledige inademing begint in de lagere ademruimtes van je lichaam en beweegt zich geleidelijk aan naar andere ademruimtes. Je onderbuik, je buik, je onderrug en ribbenkast moeten uitzetten als je inademt. Hierdoor kan je diafragma zijn maximale reikwijdte krijgen en zo ver mogelijk naar beneden bewegen. Om dit te laten gebeuren moeten de bij deze beweging betrokken spieren en weefsels in een staat van harmonie zijn, vrij van onnodige spanning.
Deze expansie is niet alleen een lichamelijk fenomeen, het is ook psychologisch. Het hangt af van de wens én het vermogen om je volledig in je leven te storten, om alle indrukken in en rondom je op te nemen. Op dezelfde manier als inademen alle interne weefsels en organen vol en diep voedt, zo kan het opnemen van indrukken ons innerlijk wezen vol en diep voeden.

Het pad naar heel zijn
Volledige uitademing en inademing, het laten gaan en het opnemen, zijn pas echt goed mogelijk als je vrij genoeg bent om het bekende te laten gaan en het onbekende te omarmen. Bij volledige uitademing leeg je jezelf, niet alleen van kooldioxide, maar ook van oude spanningen, concepten, houdingen, verwachtingen, gevoelens. Bij volledige inademing vernieuw je jezelf, niet alleen met nieuwe zuurstof, maar ook met nieuwe indrukken van alles in jezelf en om je heen. Beide bewegingen van je adem zijn afhankelijk van de niet benutte, lege ruimte in het centrum van je zijn. Deze innerlijke leegte (en stilte) kun je soms ervaren in de natuurlijke pauze die er zit tussen uitademen en inademen. Deze leegte kan het pad vormen naar het onbekende. Het is het gevoel van het onbekende dat je verlevendigt en je op het pad zet naar heel zijn.

2012-02-14T17:28:47+00:00

Comments are closed.