Tai Chi thuis – Tai Chi Chuan 2017-12-13T09:35:23+00:00

Tai Chi thuis – Taijiquan

Tai Chi (ook wel Taiji of Taichi gespeld) heet volledig: Tai Chi Chuan. De officiële pinyin-spelling is: Taijiquan. Ik gebruik deze laatste spelling steeds vaker, maar nu weet je ook wat het betekent. Je spreekt het uit als Taai Dzjie Tsjoe-en. Taijiquan is van origine een vechtkunst. Ontspanning staat centraal. Ontspanning zorgt er voor dat je energie optimaal kan stromen. Spanning, ook spierspanning, blokkeert de energiestroom. De beginnende student zal tegen spanningen in zijn lijf aanlopen, die de energiestroom stoppen. Eerste prioriteit is dus de spanningen kwijt te raken, te ontspannen, los te laten.

Om Taijiquan te doorgronden moet je de principes kennen. Belangrijke principes zijn behalve ontspanning: het onderscheid tussen Yin en Yang (de dynamische balans tussen bijvoorbeeld hard en zacht), de beheersing van het ‘centrum’ van je lichaam (je Dantian), de logica in je houding (lichaamsstructuur), de mechanica – de werking – van je lichaam tijdens het bewegen, Yi – Qi – Li en ademhaling.

Yin en Yang
Het onderscheid tussen Yin en Yang is van oudsher een beginsel in de Chinese filosofie. Het behelst het idee van krachten die tegengesteld zijn aan elkaar èn elkaar wederzijds aanvullen. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De relatie tussen Yin en Yang is niet statisch. Het is onderhevig aan beweging en verandering. In Tai Chi Chuan vinden we Yin en Yang terug in het onderscheid tussen bewegingen die zich openen en bewegingen die zich sluiten; in het onderscheid tussen delen van het lichaam die ‘vol’ worden genoemd (van gewicht, van actie)
en ‘leeg’. Een ‘vol’ been is een been waar het gewicht op rust. Het been dat je kunt bewegen heet ‘leeg’.
Wanneer er geen onderscheid is tussen Yin en Yang is beweeglijkheid en soepelheid onmogelijk. Het waarnemen van Yin en Yang, en ontspanning brengt de circulatie van energie op gang. Warme handen tijdens het oefenen zijn het eerste gevolg daarvan. Uiteindelijk voelt men de warmte in het hele lichaam. Het maakt mensen minder gevoelig voor kou van buitenaf.

Centrum
De beheersing van ‘het centrum” (je Dantian; de belangrijkste opslagplaats voor Qi in je lichaam, ter grootte van een pingpongballetje, drie vinger-breedtes onder je navel, tussen wervelkolom en buikwand) is de voorwaarde voor de samenhang van een beweging en voor de effectiviteit van een handeling. Iedere beweging moet geworteld zijn in de voeten, gecontroleerd worden door het centrum, en heeft zijn uitwerking via de handen. Het lichaam beweegt zich als een eenheid. Het klinkt vanzelfsprekend, maar de meeste mensen bewegen in eerste instantie vanuit de schouders en het hoofd. Meestal voel je niet hoe je op de voeten staat, laat staan dat je het verband kent tussen handen en voetzolen. Het ‘centrum’ bepaalt door wending de positie van het bovenlichaam en daarmee ook van de armen en van de handen.
Voor de verdediging en gelijktijdige aanval is beweging gecontroleerd door het ‘centrum’ onmisbaar. Om het ‘centrum’ te beheersen moet je, in rust en actie, het heupgewricht, de buik en de rug volledig ontspannen. De gezondheid is erbij gebaat wanneer de buik, en daarmee het spijsverteringskanaal, vrij is van spanning. Pas dan kan zich hier een natuurlijke warmte ontwikkelen.

Historie
Tai Chi Chuan is een zeer oude krijgskunst – volgens deskundigen rond de 5 eeuwen oud – en het komt uit China. Die ouderdom en het feit dat het uit China komt zijn de oorzaak voor het ontstaan van veel legendes en indianenverhalen. Maar als je genoeg literatuur verslindt, ontstaat er toch wel enigszins een beeld van de historie.
Letterlijk vertaald betekent Tai Chi Chuan iets in de trant van ultieme verheven vuist of uiterste oorsprong boksen. Daarmee heb ik meteen al aangegeven dat door foute vertaling soms enorme misverstanden kunnen optreden. Combineer dat met de natuurlijke neiging van Chinezen om een beetje geheimzinnig te doen, en je kunt je de verwarring voorstellen.

Door de eeuwen heen zijn de principes wel zo’n beetje hetzelfde gebleven. De uitvoering ervan heeft vele stijlen gekend, die tot op de dag van vandaag voortbestaan. De oudste nog bestaande stijl is de Chen-stijl, genoemd naar Chen Wang Ting (circa 1660). In de tijd van Chen betekende een doeltreffende vechtkunst macht en aanzien voor de eigen clan. De ‘geheimen’ bleven binnen de familie. De situatie veranderde met de komst van Yang Lu Chan (1799-1872). Als bediende van de Chen-familie keek hij stiekem naar de trainingen. ’s Nachts oefende hij wat hij overdag gezien had. Tot hij betrapt werd. Zijn Tai Chi Chuan niveau bleek zo hoog dat hij het privilege kreeg samen met de familie te oefenen. Yang Lu Chan ontwikkelde uiteindelijk een eigen stijl die gewoontegetrouw met zijn familienaam (Yang) werd verbonden.

Yang Lu Chan verbreidde de faam van Tai Chi Chuan. Hij had de naam onoverwinnelijk te zijn en nam veel leerlingen aan van buiten de eigen clan. Bovendien gaf hij les aan het hof van de keizer. De Yang-stijl is in het westen het meest verbreid, vooral dankzij de inspanningen van Cheng Man Ch’ing en zijn leerlingen. Cheng Man Ch’ing (1901 – 1975) was een leerling van Yang Cheng Fu (1883 – 1936), een kleinzoon van de hierboven genoemde Yang Lu Chan. Cheng reduceerde het aantal bewegingen die je in een slow motion solo-oefening, de zogeheten vorm, doorloopt.

Het belang van vechten
We praten altijd over bewegingskunst, maar eigenlijk is Tai Chi een vechtkunst. Dat is van belang. Waarom is vechten zo interessant? Bijvoorbeeld omdat je bij het vechten nadenkt over de effectiviteit van de beweging. Omdat vechten de ultieme test voor je balans is. De Taijiquan vorm beoefenen we solo. Dat is prachtig om te zien, heerlijk om te doen en heeft vele goede effecten. Maar wanneer het bij die solovorm blijft ontbreekt er toch iets. Juist het oefenen met een partner geeft meer verdieping. Daarom zijn er verschillende partneroefeningen ontwikkeld, zoals Pushing Hands (duwen met handen oftewel Tui Shou), ontwortelen (Ta Lu) en het vrije vechten (San Shou).

Martiale kunsten kunnen grofweg verdeeld worden in twee groepen: intern en extern. Bij de interne krijgskunsten zoals Taijiquan leer je in de eerste plaats te ontspannen. Daarom voer je de oefeningen langzaam uit. Je legt geen fysieke kracht in de bewegingen. Voor velen is het niet direct duidelijk dat er een vechtkunst beoefend wordt. Interne stijlen bevorderen de versterking van de inwendige organen. De beoefening werkt daarom genezend bij specifieke gezondheidsklachten. Bij externe krijgskunst begin je met het ontwikkelen van spierkracht, reflexen en incasseringsvermogen. Met krachtoefeningen wordt de conditie opgebouwd. Vanaf het begin is duidelijk dat je je met een vechtkunst bezig houdt.

Kracht
Wanneer Taijiquan als martiale kunst wordt beoefend, dan moet er grote sensitiviteit worden ontwikkeld, door aanraking, en dus het leren voelen van kracht (Tingqin) en het begrijpen van kracht (Tungqin). Deze oefeningen doe je met een partner, maar het is nog beter ze met een kind te oefenen zoals grootmeester cheng man ching vertelde: als je met een kind oefent, beschouw hem als een volwassene en als je met een volwassene oefent, beschouw hem dan als een kind, dit helpt je beter te ontspannen en je geest niet uit te laten zijn op winst en je behoud daardoor een open gewaarwording. Als je Tai Chi als martiale kunst wilt beoefenen, dan moet je zelf de bruikbaarheid van de bewegingen onderzoeken en de toepassingen bestuderen.Vroeger werd er door meesters bijna niets voorgedaan en moest de leerling zelf zijn innerlijke diepte peilen en dit alles zelf onderzoeken.Dit leverde wel op dat als je zelf begrip van de bewegingen en de toepassingen ontwikkelde deze fundamenteel in je geworteld raakte, omdat het immers je eigen ontdekkingen waren. Met andere woorden: je kunt een techniek of vorm kopiëren van je leraar, maar dan ontdek je zelf niets.

Luisteren
In vechten vormt vertrouwdheid met aanraken het eerste niveau. Het tweede niveau bestaat uit de energie van het luisteren.Vertrouwd zijn met het aanraken is niet zo bijzonder, maar luisteren is veel moeilijker te leren. Als je niet kunt luisteren naar kracht, ben je niet in staat om in iedere richting te volgen en kun je het vrije vechten dus niet toepassen. Als je kunt ‘kleven’ ben je dus in staat om te volgen, en als de arm van de tegenstander omhoog gaat, kun je met je andere hand zijn borstkast raken. Als zijn arm naar beneden gaat, ben je in staat die te volgen en kun je de andere hand gebruiken om zijn gezicht te treffen. Als je de energie van het luisteren beheerst, beheers je een honderdtal mogelijkheden, maar als je het luisteren niet kent, dan kun je het niet gebruiken, hoeveel technieken je ook machtig bent. Het luisteren in Tai Chi is het vermogen jezelf te kennen en je tegenstander te kennen. Sun-Tzu zegt dat je jezelf moet kennen om anderen te kennen, en dat je zelfs wanneer je later vertrekt toch eerder kunt arriveren dan een ander.

Stijlen
In de afgelopen eeuwen heeft Tai Chi Chuan zich in China ontwikkeld tot vijf hoofdstijlen met verschillende vormen, zoals de langzame korte en lange vormen, de snelle vormen, partnervormen, vormen met wapens, zoals bijvoorbeeld de zwaardvorm. De vijf hoofdstijlen zijn:

  • De Chen-stijl, de oudste stijl.
  • Uit de 14de generatie Chen-stijl ontstond de Yang-stijl, dit was aan het begin van de negentiende eeuw.
  • Uit de Chen- en de eerste generatie Yang-stijl ontstond de Wu-stijl, ook wel Hao-stijl genoemd.
  • Uit de Hao-stijl ontstond de Sun-stijl, dit was begin twintigste eeuw.
  • Uit de eerste generatie Yang-stijl ontstond de Wu-stijl (Chian Chuan).

De vorm die je bij Taijiquan beoefent bestaat uit een serie houdingen, of bewegingen, die vloeiend in elkaar overgaan. Deze vorm wordt langzaam, ontspannen en geconcentreerd uitgevoerd. Het gaat erom de principes van Tai Chi Chuan in alle houdingen in het lichaam te voelen. Al doende maak je je de principes eigen. Naast de vorm zonder wapen – de zogeheten handvorm – bestaan er onder meer Tai Chi Chuan vormen met zwaard, met stok en met waaier.
Binnen de vorm bestaat enorm veel variatie. Vaak worden vormen aangeduid naar het aantal bewegingen dat ze omvatten, zo heb je de 24-vorm, de 40-vorm, de 48-vorm, de 108-vorm.

Tien aanwijzingen

1. De energie op de top van het hoofd moet helder en gevoelig zijn
Energie naar de top van het hoofd betekent dat je je hoofd rechtop moet dragen, zodat de Shén (geest) de uiterste top kan bereiken. Er moet geen kracht worden gebruikt. Wanneer er kracht wordt gebruikt is de achterkant van de nek stijf en het bloed (Xuè) en de Qi kunnen niet goed circuleren. Er moet een gevoel zijn van heldere gevoeligheid en ongedwongenheid. Zonder deze heldere en gevoelige energie op de top van het hoofd kan de Shén niet stijgen.

2. Laat de borst zakken en hef de rug op
Het zakken van de borst betekent dat de borst iets naar binnen wordt gebracht, zodat de Qi naar de Dantian kan zakken. Voorkom expansie van de borst. Dit zorgt er namelijk voor dat
de Qi in de borst blijft en dat maakt topzwaar. Dit veroorzaakt een zwevend gevoel in de voetzolen. “Opheffen van de rug” betekent dat de chi aan de rug blijft plakken. Als je de borst laat zakken, zal de rug natuurlijk omhoog gaan. Als je de rug kan opheffen, zal de kracht uit de rug voortkomen en kun je iedere tegenstander verslaan.

3. Ontspan de taille
De taille is de heerser van het lichaam. Als de taille ontspannen is, hebben de voeten kracht en is je fundament stabiel. De overgangen van vol en leeg komen van de rotatie van de taille. Daarom wordt er gezegd dat de taille het belangrijkste gebied is. Als je een tekort aan kracht hebt moet je voor de oorzaak bij de taille zijn.

4. Maak onderscheid tussen vol en leeg
Het onderscheiden (herkennen) van vol en leeg is het eerste principe van Tai Chi Chuan. Als het lichaamsgewicht op het rechterbeen rust is het rechterbeen vol en het linkerbeen leeg. Als je lichaamsgewicht op het linkerbeen rust is je linkerbeen vol en je rechterbeen leeg. Pas na het herkennen van vol en leeg zullen je draaibewegingen licht, behendig en moeiteloos zijn. Wanneer je niet instaat bent dit onderscheid te maken zijn je passen zwaar en stijf. Je stand zal onstabiel zijn en je zult eenvoudig je balans verliezen.

5. Laat de schouders en ellebogen zakken
“Laat de schouders zakken” betekent dat ze ontspannen zijn en neerwaarts hangen. Wanneer de schouders niet ontspannen zijn en zijn opgetrokken stijgt de Qi en is het gehele lichaam zonder kracht. “Laat de ellebogen zakken” betekent dat de ellebogen ontspannen zijn en neerwaarts hangen. Als de ellebogen worden opgetrokken kunnen de schouders niet zakken.
Je zult dan niet in staat zijn om je tegenstanders ver weg te duwen. Je maakt de fout van het onderbreken van de energie zoals in externe systemen gebeurt.

6. Gebruik de geest(-eskracht) en niet kracht
Dit is beschreven in de Verhandeling van Tai Chi Chuan en betekent dat je uitsluitend op de geest vertrouwt en niet op (spier)kracht. Tijdens het beoefenen van Tai Chi Chuan is het ge-hele lichaam ontspannen. Als je zelfs de geringste onhandigheid kunt verwijderen zullen je bewegingen licht, behendig, rond en spontaan zijn in plaats van dat het blokkades veroorzaakt in de pezen, botten en bloedvaten en zodoende je vrijheid beperkt. Sommigen vragen zich af hoe je sterk kunt zijn zonder dat je (spier-)kracht gebruikt. De meridianen van het lichaam zijn als kanalen over de aarde. Wanneer de kanalen open zijn kan het water vrij stromen; wanneer de meridianen open zijn kan de chi vrij stromen.
Wanneer stijfheid de meridianen blokkeert zullen de Qi en het bloed (Xuè) worden belemmerd en je bewegingen zijn niet meer behendig. Wanneer er aan een haar wordt getrokken,
zal het gehele lichaam schudden. Echter, als je geen kracht maar de geest gebruikt zal de chi je geest volgen. Op deze manier als de chi vrij door het lichaam stroomt zul je na lang oefenen de ware interne kracht bereiken. Hiermee bedoeld Verhandeling van Tai Chi Chuan: “alleen van de hoogste zachtheid komt hardheid.” De armen van diegenen die Tai Chi Chuan machtig zijn geworden zijn als ijzer verborgen in katoen en zijn uitermate zwaar. Wanneer diegenen die een extern systeem beoefenen kracht gebruiken is dat duidelijk. Maar als ze kracht hebben en het niet gebruiken zijn ze licht en drijvend (staan niet stevig). Het is duidelijk dat hun kracht extern is, een oppervlakkige energie. De kracht van beoefenaren van externe systemen is eenvoudig te manipuleren en verdient niet veel lof.”

7. Samenwerking tussen boven- en onderlichaam
Hiermee bedoeld de Verhandeling van Tai Chi Chuan: “de wortel zit in de voeten, wordt voortgebracht door de benen, gecontroleerd door de taille en komt tot uitdrukking in de handen.” Van de voeten door de benen tot de taille moet er een voortdurende stroom van chi zijn. Wanneer de handen, taille en voeten bewegen, werkt de shén van de ogen eendrachtig samen. Dit is de “samenwerking tussen boven- en onderlichaam”. Als één deel niet is gesynchroniseerd, zal er verwarring zijn.

8. Samenwerking tussen intern en extern
Tai Chi Chuan oefent de geest. Daarom wordt gezegd: “de shén is de leider en het lichaam gehoorzaamt.” Als je de geest versterkt (verhoogt), zullen je bewegingen uiteraard licht en behendig zijn. De houdingen zijn niet meer dan vol en leeg, openen en sluiten. Wat we bedoelen met openen is niet alleen beperkt tot handen en voeten, maar ook de Shén opent. Zo ook met sluiten. We moeten ook begrijpen dan de Shén kan sluiten. Wanneer het innerlijke en uiterlijke zijn verenigd als één Qi, dan is er nergens een onderbreking.

9. Continuïteit zonder onderbreking
De kracht van externe beoefenaren is onwezenlijk en onhandig. Daarom zien we het beginnen, eindigen, verder gaan en onderbreken. De oude kracht is uitgeput voordat de nieuwe geboren is. Op dit niveau wordt iemand gemakkelijk verslagen door anderen. Bij Tai Chi Chuan gebruiken we de geest en niet de kracht. Van het begin tot het einde zijn er geen onderbrekingen. Alles is volkomen en ononderbroken, cirkelvormig en oneindig. Dit is wat de Klassieken beschrijven als “een grote rivier die stroomt zonder einde” of als “het bewegen van de energie als het opwinden van een zijden draad van een cocon”. Dit alles is een uiting van het begrip van een eenheid van één Qi.

10. Zoek rust in beweging
Beoefenaren van externe systemen beschouwen sprongen en ineenduiken als bekwaamheid. Zij putten hun Qi uit en zijn na het oefenen zeker buiten adem. Tai Chi Chuan gebruikt de rust om op een beweging te reageren. Zelfs als we bewegen zijn we in rust (onbeweeglijk). Daarom geldt tijdens het beoefenen van Tai Chi Chuan: hoe langzamer hoe beter. Wanneer iemand zijn/haar beweging vertraagt, wordt de ademhaling langzaam en diep, de Qi kan naar de Dantian dalen en je voorkomt de schadelijke effecten van een verhoogde hartslag.

Moderne Yang-stijl 64-vorm

Houding

Wudang stijl Tai Chi Chuan 36-vorm

Ga voor meer filmpjes naar mijn Youtube-kanaal. Het is handig om je te abonneren, dan krijg je een mailtje wanneer ik een nieuw filmpje plaats en zo blijf je helemaal op de hoogte.

Mijn Youtube-kanaal